Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven dat alles zwevend' de onwankelbare levenswij siheid' van Floris, die niet bang is voor den dood, 's nachts in een kuil met twintig lijken gaat en denkt: „Sta ik mee in 't rolletje, so zal het oock kosten mijn bolletje. En sta je in het rolletje, al heb je al de kruiden en drogen van de stad,' t en baat geen lieve moeren, ie moet voort, al had je een bord voor het gat". En dan op eens tegenover deze trieste waarheid, aan 'het slot weer de levenslustige, frissche jeugd', die prachtscéne van de knikkerende schobbeltjes, die hun slachtoffer vergeten hebben, onbezorgd geheel levend in bun spel, opvliegend in feilen twist onderling, tot plotseling 'hun onmeedoogende lust tot kwellen zich weer in ratelende scheldwoorden uitstort over den machteloozen ouden Floris, die met zijn baar verder sukkelt.

Aanmerk thans den volkomen logischen bouw van zoon bedrijf, de artistieke noodzakelijkheid van geestige, vlijmende antithesen, waarmee het wel van zelf, zonder eenige bewuste redenee ring, is gegroeid' uit de zuiver voelende ziel van den vrij scheppenden kunstenaar: In de eerste helft het voos fantastische van Ierolimo tegenover de koele nuchterheid van Robbeknol. In de tweede helft de felle, veerkrachtige jeugd tegenover den mummelenden, zeurenden ouderdom. En midden daarin de albeheerschende dood tegenover alle schijnbaar gewichtig gebazel, alle getob en bekommering, de dood, die alles uitvlakt met een enkelen zwaai. 'En dan heel de tweede helft tegenover de eerste: het futiel niets zijn, de pijnigende leegheid' van heel het menschenbestaan tegenover 'het brallende gesnoef op eer en aanzien van den berooiden Brabander.

Wanneer we het zoo bekijken, zien we in al dat schijnbaar los aan elkaar hangend gepraat van al die tobbers een vast solied gebouw, waarvan geen steentje kan gemist worden. Dan wordt ook dit eerste bedrijf inderdaad naar de voorschriften der Ouden, de expo-

Sluiten