Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijike katastrofe van dit drama. Daarom hindert het ook absoluut niet, dat de zoogenaamde titelheld' in het vierde bedrijf niet de beste wenschen en een goeden raad voor zijn knechtje verdwijnt. Dat is volkomen in orde.

Deze comedie is geen werk van levensblijbeéd; bier klinkt geen gulle schaterlach, 't Is die schildering van de brandende levensdrift, die in zich zelf verteert, de dwaze verglazing van de schijnvreugd; 't is de sombere armoe, de bleeke gulzige honger, de geestelijke versuffing en verdwazing, waar zich haat en nijd en afgunst en 'leege pralende grootheidswaan omheen slingeren. Alleen als we het zoo zien, wordt dit werk meer dan een interessante verzameling van losse anecdotische tafereeltjes, scrabeus en vies van toon vaak, maar toch ieder op zichzelf getuigend' van voortreffelijke artisticiteit. Zoo Wordt het inderdaad het grootsche geheel, van lachendé somberheid dat tot het allerbeste onzer litteraire kunst behoort, tot de wereldkunst zou beboeren, als de wereld het kon verstaan. Dan wordt het meer dan een enkele Brouwer of Jan Steen. Dan wordt het de klagende, vertrapte menschenziel van heel de wereld, de grotesk rampzalige menschheid.

Er zij bier even aan herinnerd', dat men in den Spaanschen Brabander wel een persiflage heeft willen zien op Dirk Rodenburg, een letterkundig tegenstander van Breero, die in 1614 en '15 in het bestuur dér Kamer „In liefde bloeiende" zat en bij het groote publiek veel succes bad met zijn onder Engelsch-Spaanschen invloed geschreven stukken vol geheimzinnige verwikkelingen en verrassende incidenten. Ierolimo zou dan Rodenburg vertegenwoordigen in het stuk. Is bet zoo (wat ik zeer betwijfel), dan kunnen we alleen vaststellen, dat de teleurstelling over het succes van minderwaardig werk tegenover zijn eigen werk bij den dichter samenvloeide in de stemming van onvoldaanheid over

Sluiten