Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor den tekst van deze uitgave gebruikte ik den eersten druk, van 1618, niet onze moderne interpunctie. Bovendien heb ik den tekst tot gemak van het groote publiek van dezen tijd eeniger mate gemoderniseerd, hoe zeer mijn, laat ik maar zeggen antiquarisch gevoel daar ook tegen opkomt en hoe groot het gevaar ook is, dat aan de klankwaarde van den oorspronkelijken tekst wordt tekort gedaan. Voor het Antwerpsche dialect van Ierolimo, trouwens voor de dialectische eigenaardigheden van de andere spelers evenzeer, was wijziging vrij wel onmogelijk. Er is eigenlijk geen werk minder geschikt voor deze-kunstbewerking dan juist iets als onze Spaansche Brabander, die bijna geheel1 in de sprankelende levende volkstaal is geschreven.

De lezer zal zich in het Antwerpsche dialect wat moeten orienteeren. Hij zal spoedig bemerken, dat oö dikwijls staat voor onze aa: b.v. stoot voor staat; ai voor onze ij en ee: b.v. sain en gemainlaick voor zijn en gemeenlijk; aa voor ee: b.v. baar voor beer. Dan is er de herhaling van ik: b.v. datte kik voor dat ekik. Doch in dit alles gaat Breero uiterst slordig te werk; de eene maal doet hij het, de andere niet.

In het Amsterdamsche dialect zij men er op voorbereid dat n voor de t meest ng wordt, b.v. oerstangt. Ook kan zich daar een k ontwikkelen: b.v. verstankt. En de t kan geheel weg vallen. Dus vong voor vond. Inhet Westland zegt men nog strang voor strand. Ook kan licht verwarring stichten, dat de ge van een voltooid deelwoord zich als een toonlooze e aan het voorafgaande woord hecht, dus b.v. niette daan voor niet gedaan. Zoo hecht zich het voornaamwoord1, vooral het, dikwijls vast aan bet voorafgaande woord, hèbbet voor heb het, komter voor komt er, etc.1)

) Wie uitvoerig Breero's taal wil beatudeeren, kan beginnen met G. A. Nauta's Taalkundige aanteekeningen op de werken van G. A. Bredero (Groningen, 1893), J. O. S. van der Veen,

Sluiten