Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPDRACHT

Aan den Edelen Heer, Mijn Heer

JACOB VAN DYCK,

Raat ende Ambassadeur Ordinaris, uit den name, ende van wegen den Doorluchtigen ende Grootmachtigsten Heer ende Koning, Gustaaf den II van dien Name, der Sweden, Gotthen, Wenden Koning ende Erf-Vorst; Groot-Vortt in Finland, Hertog tot Esthen ende West-Man-Land.

Resideerende bij de Hooge Mog. Heeren de Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden.

Den Hemel is soo stadig niet behangen met sware bekommeringen en droevige wolken, om dat sij swanger is van een vol-dragen slag-regen, of sij Tint haar wel eens door den tijd, van den arrebeit en lastigheit 5 verlicht, waar op sij dan blinkende en heugelijke stralen des blijschaps uitgeeft. Soo is 't ook, Mijn Heere, met 's menschen gemoed: 't en kan niet altijd even swaarmoedig en druiloorig zijn, al heeft men schoon de last op den hals van wichtige ende 10 groote saken; men soekt wel eenmaal middel om ontslagen te zijn van onse 'belemmeringen en aartsche moeielijkheden. Tot sulk 'n einde en voor de sulke geloof ik, dat de verkwikkelijke ende lustige Poësie is

1 Stadig: voortdurend.

3 Vini haar: wordt.

4 Arrebeit: barensnood. 9 Schoon: ook.

11 Belemmeringen: beslommeringen.

Sluiten