Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kost Jerolimo vint eenig klein geit; waant hem selven

55 de rijkste, die daar leefden; hij stuurt sijn knecht om spijs en drank. Die ontmoet een lijk-stacie, hoort eenige woorden, en loopt verbaast na huis. Doch dat over, doet hij sijn bootschap.

Int vierde vertelt een koppelaarster haar leven en

60 haar neering. Robbeknol, geladen met eetwaren, werdt blijdelijk ontvangen, en tijen datelijk met gragen lust aen 't smullen. Jerolimo vertrekt over maaltijt sijn afkomst en meer andere gelijkelijke dingen; ondertusschen komt Gierige Gerret, sijn huis-heer, en Bya-

65 teris, de uit-draagster, hem manen; na veel belovens gaat den armen duivel deur en tót een bankje.

Int leste deel, de buren verstaan hebbende sijn vertrek, gaven de maanders en schulteischers sijn bankerot te kennen, daar een groote beroerte uit ontstont,

70 over sulks de schout notaris en getuigen gehaalt, 't huis geopent, vonden niet dan een oud beddetje, dat na veel woorden in de stads-kooken gebrocht wiert In der voegen, dat sij allegader even veel ontfongen, en onbetaalt en onvernoegt weg gongen. Daar heb je't

75 al, seid' het wijf, en sij spoog het hert uit haar lijf.

57 Verbaast: vol schrik. 62 Vertrekt: vertelt.

66 Gaat deur: vertrekt met de noorderzon. — Lelt een bankje: gaat

bankroet. 70 Over mikt: daarom.

72 Stads-kooken: Bij den conciërge van het stadhuis werden in beslaggenomen goederen bewaard. Die man bezorgde de maaltijden voor de regeering. Vandaar stadskeuken.

75 Een bekend gezegde, waarmee B. hier uitdrukken wil: En hiermee ia bet uit:

Sluiten