Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Da' men her jugeert en estimeert voor 't stooltje van

de Lepelstraat En van de Venus-foirurt; tsoch sai sain wel gracelaik. De Gouverneur van 't slot die minden haar wel

dwaselaik:

't Was sulk 'n waperkaak een, g'en hebt ou leven.

20 Hoe dikwils heeft hij haar een keurs en een veur-

schoot gegeven Voor een bai-slópen. Wa was ekik ook amoureus Op Annette de Tournay en Janneken de Geus. O, 't is een galant goeiken, 't sain kordiale princessen, Sij braveeren de waerelt in ambitieuse grandessen;

25 En hadde kik met hoor niet allegere gebanketeert, 'k En had it' 'Hantwerpen niet soo schandelaik gefal-

geert.

'k Was daar in igoeien stoot: ik had wel tseventig paar

mouwen,

En main krediteurs lieten mai niet dan de dese

houwen,

En voort gaf e kik hoor al het goeiken, da' m'n was

vertrouwt

30 Van main gebuiurkens hier t'Amsterdam. Ik kik vreesde voor de Schout, Want ik docht: is 't sake, dat sij 't hem ansiggen, Soo sal hij mijn op steen of in de stok doen liggen:

16 Stooltje: puikje.

17 Tsoch: waarachtig.

19 Waperkaak: liefhebber (van de vrouwen).

24 Ambitieuse grandessen: eerzuchtige praal? Ier. springt soms heel zonderling met vreemde woorden om; vaak is het slechts in de verte te benaderen, wat hij ermee bedoelt.

25 Allegere: allegaar.

27 Mouwen: Rijk versierde losse mouwen werden over de gewone gedragen.

31 Is 't sake dat sij 'l hem ansiggen: Komt het er van dat zij het bij hem aangeven.

32 Op steen of in de stok: in de gevangenis of met de voeten in het blok.

Sluiten