Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ben liever in de hartnonieuse melodive vogle-sang, Als in de odieuse stinkende boeiens en ijs're klang. 35 'En soo verren main gebuurkens mai om 't hoöre

- ' spreken, So sal ik hoor wel een leugen of een treusneus in de

handen steken.

Ik hee't nu bekans een moönt of wa meer gehad. Hier sain veel goeien liens in dese stad, Die op goet vertrouwen haar goeiken laaten bewaren 40 Aan andere, die, asse kik, daar achter uit mee varen, Want of men schoon de Iien (gelaik hier staat) al siet, Men kan daarom haar hert noch kwaliteiten niet. 't Is tijd, da wij die bot-muilen, die huibens waf

fatsoeneeren:

Men moet haar altemets een spelleken en een kluchtken leeren.

45 Moor wat? kene geen rust, 'ken macht niet paisibel

staan.

Zemers, ben ik raik, so moet main goeiken wel invisibel gaan. (Ierolimo binnen). Robbeknol, de knecht. So lang als ik gewond was en om 't hoofd de

doek had,

So kreeg ik altijts wat om Gods-wil van de goe-lui,

als ik bad;

35 Om 't hoore spreken: om hun eigendom aan boord komen.

36 Treusneus: leuterpraatje.

37 'k Hee 't: ik heb het (nl. de goederen die hem zijn toevertrouwd).

40 Daar achter uil mee Varen: het stiekem versjacheren.

41 Gelaik hier staat: De spreuk, die den titel toelicht, stond dus ergens op het tooneel geschreven.

43 Muihens: uilen.

45 'k En è geen: ik heb geen. — 'k En mag niet paisibel staan: ik voel me niets op mijn gemak.

46 Invisibel gaan: onzichtbaar zijn. 48 Bad: bedelde.

De Spaansche Brabander 4

Sluiten