Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En t'huis stal hij al wat los was, soo van kooper als

-,A . van tin,

Van silvere lepels, bekers, tafelborden, betielen; in 140 Om de waarheit ie seggen, het was een dief in sijn

moers lijf eboren. In as men der na vraagden, dan wist hij nergens of,

of 't was "verloren, En dit deed hij al uit liefden, om mijn moer en broer

te voên.

Verwondert je dan niet, as je dit wel andere lui siet

doen,

Die uit liefden van haar konkebijnen haar eigen kas

bestelen,

145 En geven 't een hope hoeren, daar se moi weer mee

spelen.

Daar na so worden ik gevangen en gelokt met list. Wat sou ik doen, Heerschap? ik seiden uit vrees al

dat ik wist,

Hoe 'dat mijn moer dit goet jen op het hoogste kon

ver ko open,

En doen se mijn uitgehoort hadden, doen lieten sij mij

loopen.

150 Doen vatten sij de Moor (mijn stief-vaar) bij de nek, En s'ontklieden hem moeder naakt, doe namen sij

brandend spek En lieten 't op s'n rug al barnende druipen. Hij wrong hem als een aal, maar hij kon 't niet ont-

kruipen,

Dat most hij afstaan met gedult, al was 't een harde

saak.

139 Betielen: tinnen schotels. 141 In: en.

144 Konkebijnen: bijzitten. 146 Worden: werd.

152 Barnende: brandende.

153 Hem: zich.

154 Afstaan: doormaken.

Sluiten