Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Jan Baptisten Houwaart, dat bailoi goeie mees-

sters zijn,

Da waren liens vol perfeccie en van devine eloquencie. Iegelijk woordeken, dat se aggeerden of nomineerden, dat was een sentencie, 215 Het minste, dat se sproöken, da was een reffierein, en

dat so extravagant Van uit-spraak, trots een Oostersche Ph ar-Heer of

Luitersche Predikant. En bai hoor rondeelen en balladen (met licence mag

ik 't vrij seggen) Daar mogen de Hollantsche boerelike-dichters hoör

broek bij leggen.

Robbekno 1: Werpt de Vlamingen niet weg, mijn Jonker, wat je

doet,

220 Met huldere incarnatie, en Palleys vol minnen, en

suikerbosjes soet.

Ierolimo:

Baste, al stillekens, ik hees genoeg van die muffe mismiskienen Retrosijnen,

En moökt geen grimmaasen met ou ensicht, moöki asse kik bonne mijnen.

212 Bailoi: potdorie.

214 Ageerden of nomineerden: spraken of noemden. — Sentencie: kernspreuk.

215 Referein: waarvan iedere strofe eindigde met denzelfden regel, den stok, waarin de hoofdgedachte van het gedicht was uitdrukt. — Extravagant: buitengemeen schoon.

216 Een Oostersche (Oost-friesche) Phar-Heer of een Luitersche predikant zouden het niet beter hebben kunnen doen. Maar die koeterden ook raar in onze Hollandsche ooren; zoodat B. Ierolimo in zijn onnoozelheid zijn eigen geredeneer bespottelijk laat maken.

217 Rondeelen en balladen evenals het referein geliefde dichtsoorten bij de rederijkers. — Llcende: verlof.

218 Haar broek bij leggen: een punt aan zuigen.

221 Hee s: heb 's. — Mishjenen: miezerige, pietluttige.

222 Ensicht: gezicht. —> Bonne mijnen: fleurig uiterlijk.

Sluiten