Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R o b b ekn o 1: De grootste dronkerts, Heer, dat zijn de beste geesten. Ierolimo:

265 Wie doeg 't? Hanneken, Wilken, Wuitjen, da niet dan

fielen zijn.

Robbeknol: De treffelijkste geleerde die drinken de meeste wijn. Ik seg 't niet om mij, sei de wolf, maar om mijn

schamele moer. O sekerl die geen rijnsche wijn met suiker en mag,

dat is een 'boer.

Ierolimo:

De Hollanders par Die sij drinken als moffen en

poepen,

270 'En dan is dat goeiken so wild, sij schreeuwen, sij

roepen

Als braineloose liens, alse sain. Wailiens sain modest Zain wij ter feest, wij sobereren met eten en drinken,

is dat niet best? Wij kourtiseeren d' Ufrouwen met discours, dat niet

vulgair is;

Wij charlateeren van onse participantschappen en van

onse affairis,

275* Van den handel van Indien en van de Guineesche

kompangie;

Ik main zemers, dagh een legioen Enghelkens sie,

264 Geesten: vernuften.

265 Wie doeg 't: Wie doet het? Hanneken etc. namen die onder het geringe volk gebruikelijk zijn.

267 Dat is neef gezeid.

269 Par Die: verdomme. — Moffen en poepen: de bekende namen voor de Pruisen, toen ook voor lui uit onze Oostelijke provinciën.

271 Modest: matig en rustig.

272 Sobereeren: matig zijn.

273 Kourtiseeren: het hof maken. — Vulgair: ordinair.

274 Charlateeren: redeneeren. — Participant: aandeelhouder. — Affairis: zaken.

276 Zemers: wezenlijk. — Dagh: dat ik, (zal wel drukfout voor da'k zijn).

De Spaansche Brabander 5

Sluiten