Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JanKnol:

Het hij lang elegen, van wat siekten is hij gesturven? Floris: 315 Sij seggen van de gave Gods.

J an K nol:

Sel je 'r wel ingaan durven? Floris:

Wel, sou ik 'r niet ingaan durven? dat is ook wat;

wel dat komt schoon. Ik ga 's nachts. Wel met de grafmaker in een kuil van

twintig doon.

Ik deink: sta ik mee in 't rolletje, Soo sal 't ook kosten mijn bolletje, 320 En staamen in 't rolletje, al heb je dan al 'de kruien en draogen van de stad, Ten baat geen lieve moeren: men moet voort, al had

men een bort veur 't gat. Het volk trekt uit vrees weg; maar of men op Tesselt

was,

De dood komt over al, al waar 't dat gij in een stiene

muur gemetselt was. De dood spaart klein noch groot; tegen de dood en is

geen schilt:

325 Daarom doet goed, terwijl gij kent, en leef soo als gij

sterven wilt.

't Is kunst te leven als de dood komt, sei de Nabuur in de kooren mudden.

314 Het: heeft.

315 Gave Gods: pest.

316 Dat komt schoon: wat een idee!

318/9 Als ik opgeschreven ben ten doode, dan moet ik er aan gelooven.

320 Droogen: geneeskrachtige kruiden.

321 Bort veur 't gat: vgl. vs. 338/9.

326 In de kooren mudden: naar het uithangteeken of den gevelsteen.

Sluiten