Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat rijdt mijn -dat volk? dat ik schoon maar een

vriend an mijn geslacht hat, En speelden hij bankerot sonder noot, ik sou hem hangen, dat 'k de macht hat. 370 Men hangt wel duisent dief jes, die door de armoede

dooien,

En die so veel niet en hebben als so een schellem

gestolen.

Dat een mensch tot een ongeluk komt door een

ander, of door ongeval op zee, Of door ander avontuur, daar heb ik seker meelijden

mee,

Of die 't door sijn boekhouwers of. kassiers werd ontschreven en ontdragen;

375 Die luiden zijn waarachtig rechtvaardig te beklagen.

Thomas: Dat is seeker waar.

An dr ies:

Wel Jan Knol, bin je mal? waarom sin je kwaat? Jan Knol:

Ik seg, men hoort de moetwillige bankrotiers te bannen van de straat, Iewers alleen, en soo sij dan ■buiten haar bepaalt bestek gingen,

So hooren heur de jonges met slik te gooien en met

andere dingen.

Andries:

380 Hoe veel dooden, Floris, hebben wij nou wel gehad

van de week?

Floris:

Goelikjes soo veel als lestent, of wat min, 't is op een ■ ' streek

368 Wat maal ik om dit volk. Al had ik zelf* een bloedverwant,

die....

374 Ontschreven: door opzettelijk verkeerde boekhouding ontstolen.

376 Sin je: ben je.

381 GoeÜkjes: nagenoeg. — Lestent: laatst. — '/ Is op één streek: dat scheelt zoo veel met.

Sluiten