Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450 Ik docht altemets: mochten hier sommige lui wat in

de hoekjes blijven, Sij souwen d'r almenakken en nieuwe tijngijes en

boekjes schrijven. Meen je dat ik er mee 'gek? 't is waar, ik héb 't selfs

gehoort.

Adieu Jan Knol, Thomas en Andries, want ik moet

voort.

De twee jongens: Ioosjen en Contant. I o o s j e:

Wie wil knikkeren koopen? wie? wie? ses om een

duitje.

Contant:

455 Schiet op om een paar, heb je 't hert, of ik stuit je. I o o s j e:

Ik bin d'r mee te vreên, kom an, .geeft me de vier, Komt jongen, langt me je hoed, komt as en man hier.

Contant: Wat ra je, jij kammeraatje, even of oneven? I o o s j e:

Even.

Contant: Een uit loosje, siet, daar leggen d'r seven. I o o s j e:

460 Wel an kom, ik ben te vreên: om die hiele acht;

450 In de hoekjes biljoen: de zaak afluisteren?

451 Nieuwe tijngjes: krantje*.

455 C. wil dus niet koopen, maar opschieten, opgooien (kruis of munt) voor een paar knikkers. Ik stuit je: ik geef je een stomp. Dit opgooien heeft plaats na de woerden £om an (456); Ieder geeft nu 4 knikkers en daarmee begint het spel. De ingedeukte hoed wordt als kuil gebruikt. Ieder moet nu raden of het aantal dat in den hoed zal komen even of oneven zal zijn.

459 J. raadt even; C. moet dus oneven nemen. Zeven zijn er in den hoed. Alles is dus voor C. Nu zetten ze 8 tegen 8. Er komen er 4 in den hoed. Alle 16 zijn nu voor Joosje, die even geraden heeft.

Sluiten