Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE DEEL

Ierolimo en Robbeknol. Robbeknol: 't Is ook 'gien deeg, 'k en weet er geen buis te houwen, Want hier is honger ebakken en dorst ebrouwen.

Ierolimo: Ba woör saide gai, da'ge me niet en kuist Main mantel en wambais? sach, sai zain soo bepluist. 490 Kom hier en sieg't eens, gai moet me voorst wat

keeren:

En hedy geen borstel?

Robbeknol:

En hebdy gien syijnsveeren? Dar is er gien in huis.

Ierolimo:

Moor wat es 't, da'ge al secht? Robbeknol: fit seg niemendal, Heer.

Ierolimo:

Schikt mij de lobbe recht, En krijgt mij mijn bonnet met de roien plumagie 495 En main stekade; gaat voort haalt water, pagie, Met een suiv're dwaal, en het verguld lampet.

Robbeknol: Wat rijd me de vent? hij weet wel, dat hij niet en het 486 Deeg: vetpot. •

488 Ba: wel. — Kuist: afborstelt. — Sach: kijk maar.

490 Steg */: zie het. — Keeren: vegen.

491 Heb jij misschien varkensharen?

493 Lobbe: halskraag of kanten manchetten.

494 Bonnet: mats.

495 Stekade: degen.

496 Dwaal: handdoek.

497 Wat zannikt me de vent toch?

Sluiten