Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is dubbelt ondieft.

Ierolimo:

Hoe past mij dese kraag?

En staat se mij al wel?

Robbeknol:

Jonker, is dat een vraag, En sou jou goet niet frai, niet wel en aardig passen? 515 Jou moer bet er jou lijf van jonks na laten wassen. Ierolimo: O Robbeknol, da' ge waer, dat is soo excellent, 't Is van den ouwen Wolf.

Robbeknol:

Ik heb hem noit gekent. Ierolimo:

Ik weet geen geit soo lief, daar ik het voor sou geven, Want Meester Tonnis noit soo goet moökten zain

leven.

520 Sie daar, hoe dage 't gruis daar af stuift dik en vol, 'k Wed', ik hou overmidts daar mee een sak met wol.

Robbeknol: En ik een roggen-broot met dese beene tanden; Al wast van twaalf pont, ik brocht 't heel ter

schanden.

Ierolimo:

O 't is een goet stuk werks, maar hoe? 't steekt door • de schai.

Robbeknol: 525 Dat 's op s'n hovelings; een Edelman staat dat frai

512 Dubbelt ondieft: dobbel en dwars prachtig. 516 Gewaar: degen.

519 Tomis: in den roman van Lazarillo komt een wapensmid Teunis voor.

520 Gruis: stof.

521 Ik hou overmids: ik sla dwars doormidden.

523 Ik brocht 't heel ter schanden: ik zou bet beat heelemaal klein krijgen.

524 Schai: schede.

Sluiten