Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T r ij n:

Nee bij gut, Trijn, dat waren nobele basen, O se kannen een kan lustig werpen door de glasen, En vangen se buitens-buis; <de jonkste was een lanst, Gants lijden, ik heb mijn buik nu iens vol edanst. 570 Waarachtig 't was een geest, bij men sij, gants

wongden,

Ik haat de droog-nappen, die gierige hongden, En ik prijs weren tig een rijke, milde pol; Ik seg nog: o die knecht ken omgaan met een snoll Maar Annetjen, segt m'n iens, wat is er wel op

eloopen ?

An:

,575 Een moie Spaansche mat; daar wil ik wat mois om

koopen,

Eer 't door de ving'ren druipt; is dat niet best, Trijn

lans?

Heer, ik heb sulk 'n sin in klikkers op zijn Frans, Ik word 'r schier wilt om, als ik se maar hoor kraaken, Ik seg je dat, se souwe me wel gaande maaken; 580 Maar Trijntje, wat kreegt gij?

T r ij n:

Een halve pistelet.

567/8 Een handigheidje, dat echte drinkebroers beweerden te kunnen leveren.

Lanst: soldaat. — Gants lijden: weer een basterdvloek. — Gants — Gods = Christus*.

570 Geest: leuke kerel. En daarna alweer een paar krachttermen.

571 Droognappen: kerels die niet van drinken houden.

572 Wcrenlig: waarachtig. — Pol: iemand die het met eea snol of getrouwde vrouw houdt.

573 Knecht: jonge kerel.

574 Wat is er wel verdiend?

575 Mat: goudstuk ter waarde van ongeveer twee gulden.

577 Klikkers op zijn Fransch: waarschijnlijk muiltjes, die bij het loopen een klik-klak-geluid maakten.

578 Schier wilt: bijna dol.

579 Gaande maaken: misschien = gek maken, of aan de scharrel helpen, als ik nog niet zoover was.

580 Pistelet: ook een Spaansche gouden munt, van ongeveer ƒ9.50

Sluiten