Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Robbeknol: Wat of de gek al praat?

An:

Mijn Heer, wille wij rijsen? Ierolimo: 0 Joffrou, wildy mij een courtesie bewijsen, Soo laat u slave toe, dat hij u eensjens kust. 33* ij n:

685 Nou Jonker, niet te stout, ai lieve, hout je rust. Robbekn o 1: Ik lach me an me eind, hoe nou toe, Jonker pover? Hem komt mee as de lui een kermis-vreuchjen over.

Ierolimo: lk bid's u, laat mij eens, is 't meug'laik, laat 't zijn. An:

Komt Jonker, iaat ons gaan en leit ons in de wijn, 690 Hier op de Klieveniers, daar gaan de nob'le baasen. Ierolimo: Ik he de moeiten niet, ik moet te noenent raasen, 't Gaat na den twelven toe, ik moet zijn op de Bors, Om main trafeiken en besoingien par fors. T r ij n:

Wel Jonker, schenkt ons dan een hallif stuk van

achten,

695 Wij sullen waar gij wilt, binnen of buiten wachten.

682 Rijsen: opstaan.

683 Coartetie: hoffelijkheid.

685 Stout: brutaal. Deze terughoudendheid behoeft niet in strijd te zijn met 660. Immers dat kussen is gratis bedoeld.

686 Ik lach me dood. Wat ga je nou beginnen.

687 De kermis komt maar eens in het jaar.

688 Het kussen n.1.

689 Leit ons in de wijn: in de taverne nl.

690 Klieveniers: op de Kloveniersburgwal.

691 Moeiten: vrije tijd. — Te noenent: van de middag. — Raasen op reis.

692 Den Iwelven: 12 uur. .

693 Trafeiken: handel. Por fors: noodzakelijk.

694 Stok van acht realen, + ƒ 2.35 in B'a tijd.

Sluiten