Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik ben met hem in recht; bylo, krijgt hem de Schout, Het kost hem licht de kop, al waar sijn hals van gout, An:

Wat was 't voor een fatsoen?

T r ij n:

Hiel frai, maar 't was een scheeltje. 825 Wel, goeden dag in huis, wel hei! waar sin je Neeltje? Robbeknol alleen uit. Hier is huisraat noch niet, het is hier woest en leeg, Ja, besem, vleugel, niets daar ik het huis mee veeg. En 't heeft 't wel van doen: sie ik onder, sie 'k boven, Het is 'r beklontert, beraagt en soo bestoven,

830 Dat 't mijn verwondert, dat sulk 'n edelman Hem met dit bijster nest te vreden stellen kan. Wel, wat sel ik nu doen; gaan uitsien om mijn broot? Want, so ik langer wacht, ik blijf van honger doot. Mijn meester, so mijn dunkt, die heeft m'n al vergeten;

835 En of hij noit en kwam, sou ik dan nimmer eten? Neen, dat is niet geseit; 't is best, dat ik heen tij, De groote huisen an, de kleine niet verbij; Maar hollal ik most hier de sleutel neder leggen, Als dan mijn Jonker komt, so heeft hij niet te seggen.

(Robbeknol binnen.)

Ierolimo:

840 Zemers, 't gemeine volk is hier wel rouw en viel: En 't maakt geen onderscheet in een pompeuse ziel En eenen gr oven fieL die simpel, slecht en sot is;

822 A ben mei hem In recht: ik heb het aangegeven.

825 Neeltje moet een andere juffrouw zijn bij wie ze binnengaat.

829 Niet: eenig ding.

829 Beklontert: vol klonters.

831 Bijster: akelig leeg.

835 Of: als.

836 Geseit: afgesproken, daar kan niets van komen.

837 Om te bedelen.

838 Hier, in de richel nl., zie 533. 840 Viel: laag.

641 Onderschee!: verschil. — Pompeuse: verheven. 842 F iel: schobbert.

Sluiten