Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ierolimo: Oöh, dit's lakker ding!

Robbeknol: De saus, daar gij 't mee eet, Dat is het lekkerste, dat ik ter werelt weet.

Ierolimo: Bij goy, het smaakt mij met sulk n goei behagen, 945 Al hai 'k niet geten g'had in twee geheele dagen. Robbeknol:

jj ™! ra gi' 4 09 hooft'ak gy de waarhe«* «preekt; Ik denk, dat jou de spijs niet euvel op en breekt

Ierolimo:

Brengt mij mijn drink-vat hier, da' ge se niet vermindert.

Robbeknol: De pot is boorde vol, sij is nog onverhindert. Ierolimo:

950 Gaat na de ledekant, neemt de tapeet van 't bed, En vouwt het ammeloöcken met meinen servfet, En leg 't op 't schrappra.

Robbeknol: Ik sel 't wel doen, mijn Heer. Hier hebben wij de Mai sijn hoovaardy al weer: o« t? Y T*1 *"avit«it met éioote woorden houwen, 955 hn hij het niet een scherf, om sijn neers mee te

klouwen.

942 Lakker ding: iets lekkers.

946 d«'Si*°0/<:,PreCie"- lmmer' die kraJ»P>~ ™ den vorige» dag tellen niet mee.

VaI ^ maag m1 er «een lat" van hebben.

948 Da ge je: Pa. op dat je ze.

949 Onoerhindert: geheel vol.

950 Tapeet: sprei. Me» ziet.'zijn hooge toon komt weer op. «I Ammelooken: tafellaken.

952 Schrappra: etenskast.

953 Mat: made, worm.

954 Graviteit: waardigheid.

955 Weer»: achterste. — Klouwen: krabben.

Sluiten