Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kwam door het nieuw bedrog wel haast den hals te

b reeken.

Waar is nu dat geloof en die Hollantsche trouw? Die is soo ver van honk voor die se soeken souw. 1030 Doen was een woort een woort; nu moet men listig

schrijven,

In dien men wil bewaart voor loose Iidsers blijven. Andries:

Wie brocht hier de neering en koophandel als wij? Ian Knol:

Wie brocht hier de valschheit en boeverij als gij? Harmen:

Wie brocht hier de scherpheit in u onbeslepen sinnen? Ian Kno 1:

1035 Wie brocht hier de boosheit, om onse deugt te

winnen?

Wanneer ik dit gedenk, in waarheit, soo dunkt mijn, Dat wij nog verre an de kwaatste koop nog zijn; En wat wissel 'dat wij met vreemdelingen sluiten, So weten sij altijd de burgers wel te snuiten. Harmen:

1040 Het spul dat heet: siet toe, maar als men 't wel besiet, De Hollanders en zijn op var de beste niet. An dries:

Het moet al duister zijn, daar dat volkje zal dwalen. Gants lichters, dat ik mocht, ik sou je wat verhalen.

1027 Kwam den hal* te breken: ging te gronde.

1028 Geloof: crediet.

1030 Listig schrijven: met sluw overleg een acte opmaken.

1031 Loose lidier*: sluwe schavuiten,

1034 Scherpheid: gevatheid, vaardigheid. — Onbeslepen: bot.

1035 Om onze deugd erin te laten loopen.

1037 Dat wij er in alle opzichten nog het slechtst aan toe zijn.

1039 Snuiten: afzetten.

1040 Siet toe: toespeling op den regel van het spel dat gespeeld wordt: Al ziet men de lui etc

1042 Het moet al een heel verward geval zijn, als dat volkje er zich niet weet uit te redden.

Sluiten