Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Melis Mal^mongt het gisteren een koontjen ehad, En ongse Jan die kreeg het luier an sijn gat. Dirk het Elsje sulke ontijge stukken verweten, 1115 Ik seg je dat, een hongt en sou er niet of eten,

En sij sprak hem weer toe, aars noch aars of s'em

vong;

Dat wijf het de nikker of zijn speul-noot in heur tong. loost Dirksz is van daag na .Vlaanderen gevaren, En sijn ibuir-vrijer Klaas die sal sijn wijf bewaren, 1120 En sluiten het voorhuis te degen na sijn sin,

Soo komt er niemant vreemts bij nacht of ontij in. O 't is een veersient man, hij weet dat wel van buiten, Dat er niemant in en mag, als Klaas de poort wil

sluiten.

Och, de voorsiohtigheit is wel een groote deugt; 1125 Sulk 'n wijsheit was hij al in sijn jeugt.

Warenar het sijn pleit en 't groote recht verloren, En met Gran Marchand daar staat 't kwalijk

geschoren.

En Hillebrant Droochnap die het een sulvere schaal Van dese nacht versoent an Elsgen en Pruis-aal. 1130 Dorst'ge Dirokje die wil sijn geit niet verspeulen, Maar wel verkwans'len hier aan een malle meulen.

1112 Koontje: oorveeg. Hij heeft op zijn gezicht gehad.

1113 Kreeg een luir an zijn gal: een pak voor de broek, of is in de luren gelegd.

1114 Ontijge: smerige.

1116 Zij betaalde hem met gelijke munt. 1118 Gevaren: gereisd.

1122 Hij weet dat wel Van bulten: hij kent dat kunstje.

1123 Als Klaas de poort wil sluiten: heeft natuurlijk een dubbele beteekenis.

1124 Voorsichtigheii: voorzorg.

1126 Ik vermoed dat en = in. — Zijn pleit tn't groote recht: hooger beroep.

1128 Sulvere: zilveren.

1129 Versoent: met „zoenen" opgemaakt. — Pruys-aal: preutsche Aal. 1131 Malle meulen: lichte meid.

Sluiten