Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hetty watte seit en watte daan, 't sal an hem selis

beklijven;

Wees gij de kwaatste niet, nou stil, weest stil, mijn

moer.

T r ij n:

Wel wat duivel bet bij te seggen van mijn jongste

broer?

1290 Al staat hij na 't beulschop, hij doet 't met God en

met eeren.

Mag hij also wel als een aar niet een request presenteren?

Hij is eea .Burgers kijnt. Maar 't Hof gaat er so wat

mee deur,

d'Eene vreemdeling of d'ander die gaat altoos veur. Draagt hij bént wel, het dief-leier-schop dat sellen se hem wel beschikken, 1295 Maar hij moet eerst een neerlaag of een maant vijf

ses verklikken. .

Men komt er so niet an, lieve moer, op 'n stel en op 'n

sprong,

Of men moet vrij wat voorloops hebben van out en

jong.

Men mag seggen wat men wil, kijnt, het is een eerlijk

officie,

Het is een diender van God en de heilige Justicie 1300 't Is een smeerig ambacht; waren sij wat goet spaars, Sij mochten d'r hondert pont groot op verteeren

's jaars.

1287 't Sal an hem selfs beklijven: hij zal er zelf de gevolgen van ondervinden.

1292 't Hof is meestal niet rechtvaardig in zijn keuze.

1294 Als hij zich goed gedraagt, zullen ze hem wel politieagent maken.

1295 Hij moet den dader van een moord (neerlaag) aanbrengen of gedurende 5, 6 maanden allerlei kleine zaken aanbrengen.

1297 Voorloop: kruiwagen.

1298 Eerlijk officie: fatsoenlijk ambt.

1300 Smeerig: waar jmeer aan zit, waarbij nog al wat afvalt.

1301 Hondert ponl groot : ƒ 600.—

Sluiten