Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat is er nu al te doen, niet waar, met geloofs saken? Dat het an ons driën stong, wij souwen dat hylik wel

meiken.

Wat, nog prijs ik mijn: Ik spreek wel een haastig

woort,

Maar daar mee is 't gedaan. Och moer, ik weet hoe 't

hoort I

Iut:

1320 Elsje Kaaoks, dat 't an ons stond, wat dunk je, sou 't

dan beter wesen? Swijgt, swijgt om Gods wil, kijnt, Heeren boeken zijn

kwaat om lesen, Och dat is ons dingen niet, laten wij ons moeien met

onse werk.

Elsjen Kals, heb (je nou een lootjen van de ouwe of

nieuwe kerk? ■ d'Alemosseniers dielen se 's weeks wat uit voor de

.arme luitjes;

1325 De lui werpen nou so niet over, sij bestellen 't nou

met duitjes

Die wel eer guldens gaven, doe ginge de vaars grof. Trouwen 't is nou een duure tijd, 't mag er nou so

MMfc' niet of, Kijk, alle ding is duur, maar Anne Klaas in de Drie

Testen

Die doet so veel goeds (God loon' 't se) hier an de

vesten:

1317 Als wij met ons drieën ket hadden uit te maken, wij zouden dat zaakje wel klaren.

1318 Wat, nog prijs Ik mijn: Wel, al zeg ik het zelf.

1320 Jut betwijfelt dus, wat Trijn in 131 7 heeft beweerd. En dadelijk daarop uit ze zelfs haar vrees zich met dergelijke zaken te bemoeien. De vrees voor vervolging zit er in.

1323 Lootje: briefje.

1324 Alemosseniers: arm verzorgers.

1325 De lui zijn nu niet zoo royaal. — Bestellen: afdoen.

1326 Toen waren de armvaders royaal.

Sluiten