Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja wel, dat mal sier deed, jij hoefde een plaister over

je hiele lijf. Ierolimo: -"isy I Moor Robknol, sie doör, ons Heer doet buiten main

hopen

Sain goeiertieren hand altans mildelijk open. 1400 Goot henen op de mert, koopt vlees, broot en fruit, So steken wij de rijke-liêns en de Duivel het oog eens

uit;

En dat meer is, so wil ik da'ge ou sult verblijen, Want ik he van daag een ander huis gebuurt veer

besijen;

, Ik blijf hier langer niet in dit gesworen nest 1405 Als deze loopende moónt, en saterdag is de lest.

Vervloekt soo moet hij zijn, die 't hout daartoe

bereide,

Of die de eerste steen op desen gront in kalk lei de: Want tot mijn ongeluk so kwam ik in dit huis, ' 't Welk is gedestineert tot misserie en tot kruis:

1410 Bygort, van duur dat ik er kwam, da moe gai weten, En proefden ik noit een dronk wijns, noch 'k heve

geen mond vol vlees geten. ' Noch 'k en ha noit wa rust, ook is 't so kwölaik gebouwt,

En 't es er so donker en so droef, dat er een mensch

voor grouwt

Loopt, loopt, loopt, Robbert, loopt, en wilt gedurig

draven,

1397 Als mal zijn pijn deed, dan had je een pleister noodig over

je heele lijf. 1399 Altans: thans.

1403 Veer besijen: aan een heel anderen kant.

1404 Gesworen: vervloekt.

1405 Is de lest: in het de laatste. 1409 Gedestineert: voorbestemd.

1411 Geien: gegeten.

1412 Kwolaik : slecht.

1413 Voor grouwt: angstig van wordt.

1414 Gedurig: zonder ophouden.

Sluiten