Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1415 Wij sullen nu eten en banken als jonge Graven.

(Ierolimo binnen.)

Robbeknol: Och, lieven Heer, hebt dank) och, dit is wel gemaakt! Maar hoe is mijn Jonker toch an dit geit geraakt? Hebt dank, hebt duisentmaal dank, o Heer alder

Heeren!

Die onse droefheid haast in blijdschap kan verkeeren. 1420 Maar hoe sel ik het best nu aanleggen met het geit? Laat sien, hoe veel is er wel? ik heb 't niet eens getelt. Dit is geit alliens oft een execusijs plokje was. Dat er an den Dam-shus nu wat gebraans tot dat

kokje was,

Dat waar immers wel goet, maar 't ventje is te duur. 1425 Ik wil gaan koopen een pan-aaltje van Jannetjen

Hoi-schuur,

Neen, dal is te oud-bakken, 't het al te lang in de son

es taan:

Ik eet soo garen haasje koddette sluyta van Piére le * Son edaan,

Maar dat goetjen is wel lekker, maar 't is soo ver-

brankst tei.

Ik mag gaan halen tot Pauwels een moie venesoen

pastei..

1430 Ik heb niet gelts genoeg, ganslijden, dat rijt sijn

lappen.

1415 Banken: smullen.

1422 Oft een execusijs plokje Was: een buitenkansje als het strijkgeld bij een gerechtelijke verkooping.

1423 Tot dat kokje: bij dat bekende kokje.

1427 Haasje koddette sluyta: een ons onbekend gerecht. Men heeft vermoed: 1. hazepeper, 2. haché, 3 runderhaas. — Edaan: gemaakt.

1428 Verbrankst: verduveld.

1429 Venesoen pastei: wildpastei.

1430 Dat rilt sijn lappen: Dat loopt in de papieren.

Sluiten