Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat sal ik Ja dese pot, Lonsbier of Dele-wijn, laten

tappen?

Dat dient mij niet voor al, want worden mijn meester

buis,

' Hij sloeg de pottebank om stukken, en al de glasen

uit in 't huis,

Want waar hij niet dol eweest, hij was nog te Leuven

Pater.

1435 Waar sal ik dit brood halen, in de Veugels-dwarsstraat, in de Deuvekater? Dat wijf is so vies, ik weet niet hoe. Ik moet me wat

beraan.

Ik hadd' garen goet koop, want ik sou niet garen alle

daags te merkt gaan. Daarom als ik het doen wil, so doen ik het met een

gracie.

Wel hei, hier komt een dood, bij gants bloet! dat is

een stacie.

Het lijk, de dragers, de priesters en de vrouw,

de mannen, Robbeknol. • Vrouw:

1440 Mijn Heer, mijn Man, mijn goed, wat is mij dit een

kruis;

Helaas, waar brengt men u? in 't ongelukkig huis? In 't droef, in 't donker huis, in 't huis van het vergeten,

In het huis, daar men weet van drinken noch van

eten?

Robbeknol: O mijn, wat hoor ik daar? o mijnl mijn pols die slaat.

1431 Lonsbier: Londensch bier. — Delewijn: een oud wb. zegt: vin ie» valleés, dus ialwijn. Niets naders van bekend.

1432 Niet vooral: volstrekt niet. — Buis: dronken.

1435 In ie Deuvekater: naar het uithangbord. Deuvekater of duivekater is nog in sommige streken de naam voor zeker soort brood. 1439 Dooi: lijk, een begrafenisstoet.

1441 Huis: ze bedoelt het graf natuurlijk. 1444 O mijn : o Jemini.

Sluiten