Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1445 Mijn dunkt waarachtig, dat hemel en aarde vergaat, Sij brengen dese dood in mijn hui», dh!s mijn vresen, Maar o popelenciel daar sal ik nog voor wesen. Wapen! wapenl moort! moortl moort! moortf brant!

brant!

Help me! wapenl brant! de duivel is in Holland.

1450 Och Miester! Jonkerl Heer! helpt, helpt, helpt, helpt

mij beschermen

De deur! de poort! de deur! of jij selt 't bekermen.

Ier olim o {uit.) Wel jongen, wel hoe dus, hoe komt da'ge soo krijt? Wat is er, da'ge so furieus de deur toe-smijt?

Robbeknol: Och Jonker, ei komt hier! Ik ben de deur niet machtig,

1455 Want men brengt hier een dood in ons huis, ja waar¬

achtig.

Ierolimo: Een lijk? een doot? wel hoe?

Robbeknol:

Sij kwamen mij te moet, En siet, de vrouwe sprak: Mijn Heer, mijn Mani mijn

goet:

Helaas, waar brengt men u? in 't huis van het vergeten?

In het huis, daar men weet van drinken noch van

eten?

1460 In 't ongelukkig huis, in 't huis seer droef en donker? Och, och, sij brengen 't hier, komt helpt mij doch, mijn

Jonker,

Ik sta hier met mijn rug en dring tegens de poort.

1447 O popelende: allemachtigI

1448 Wapen : o weel

1451 Je zult het je beklagen.

1453 Furieus: woest.

1454 Ik ben ie deur niet machtig: ik alleen kan de deur niet toehouden.

1456 Te moet: tegen.

1462 Ik sta hier met mijn rug tegen de poort te drukken.

Sluiten