Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ierolimo: Ik kan van lachen na-u spreken een enkel woort, Och, ach, ik lach men dood, ik kan 't niet langer

harden.

Robbeknol: 1465 Ja wel, lach jij d'r om, ik sou er dol om warden. Ierolimo: Het is wel woör, Robknol, al heb 'ik wa gelacht, Gij hadt reden te dinken da'ge hebt gedacht, Doen gij hoorde 't geen de droeve weduw seide, Die hoor afgestorven man weenend' ter aarde leide. 1470 Moor dewijl dat ons Heer bet alles heet ver sien,

Doet op en haalt ons spijs, ou sal geen leet geschiên.

Robbeknol: Och laat se eerst, mijn Heer, een weinig zijn vertrokken.

I e r o 1 i m o:

Nu Markolfus, maak op, Malkus, hoe sal 't hier

lokken?

Doet open, lakker, fluks weg, uils-kuiken, loopt weg, 1475 En haalt ons den ontbijt, en hoordy niet wat ik seg? Robbeknol: Nu Jonker, 'ik sal gaan; al blijf ik wat staan temen, Wie kan een ander hier de vreese doch benemen!

1464 lk koud ket niet meer uitl

1468 Doen: toen.

1469 Lelde: geleidde.

1470 Daar God in onzen nood heeft voorzien.

1471 Doet op: doe open.

1473 Marcolfus: uilskuiken. — Malkus: onnoozele bloed. — Lokken: lukken.

1474 Lakker: schelm. 1476 Temen: zeuren.

Sluiten