Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1510 Kreeg ik niet en spikspelder nieuwe huik van kapitein

Tijs,

Dat ik hem te onsent liet slapen hier bij oneer aller

Lijs?

Want haar Jan en doet er niet toe, 't is maar een

dwingert.

Elewyting, hoe is Nelletje Klaas op jonge Jan verslingert,

H. Sij loopt een hielen dag het huis schier van de steê, 1515 (Het schijnt wel dat se hem garen een vrientschop dee:

Had se hem niet Ibemint, sij sou hem niet na loopen;

Sij gaf haar halve goet, mocht sij de Jongman koopen.

Wat is er alle daag tot onsent een gerit. .

Ik weet, dat nou mijn huis al weer vol meisjes sit; 1520: Want ik ben een besteedster, kijnt, wat dat beduit,

En die ik niet verhuur, die maak ik straks de bruit.

Waarom zou ik aars vrijers en wenaars an houwen?

O 't is sulk 'n volkjen! srj willen wel hijliken, maar

niet trouwen.

Als de getrouwde mannen iewers een nieuw hairtje

sien,

1525 Sij durven mij veur eiken gangetje niet minder as en

nobel bien.

1510 Spikspelder: spiksplinter.

1511 Bij onser aller Lijs: bij de ons allen welbekende L.

1512 Dwingert: zanikert.

■ 513 Elewyting: bastaardvloek. 1514 Van de stee: van de plaats.

'515 Vrientschap dee: met haar „gunsten" tegemoet kwam

1516 Bemint: liet.

1518 Gerit: geloop.

1520 Wat dat beduit: moet je weten.

1522 Wenaars an houwen: Weduwnaars onder mijn goede kennissen hebben.

1523 Hijliken: ziet dus enkel op de daad. — Trouwen op de wettelijke erkenning,

1524 Iewers: ergens. — Hairtje: meisje.

1525 Gangetje: bezoek. — Nobel: 50 stuiver.

De Spaansche Brabander 10

Sluiten