Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1765 Daar heb ik de koncarje legen een maandag be-

sprooken,

Dat bij de tafel aal brengen voor Monseur Rokes s'n

deur;

Al pretendeert Egbert daar akeie op, de Huisvrou

gaat veur,

'T is 'n keur van de Stad; en of er schoon dan nog

Jan Hen is,

Dat baat niet; hij komt te laat met zijn Scheepe-

kennis;

1770 Ik heb hem geloos-panct, en ge-eigenpanct, en uitgewonnen met recht, Soo doe ik zijn voogden ook, Gerret Jansz. Plat-bec

en Sij men Slecht; (En of Pieter Hinck, de deur-waarder, zijn huis wil

voor de kerk setten, . Daar set ik Miester Bartel, mijn Procureur, tegen met

zijn wetten.

Ik heb een schat-brief en sentencie op zijn huis en op

zijn goet:

1775 Wacht je veur onse lieven-heers veurspraak, hij is niet

mal wat hij doet;

1765 Koncarje: conciërge. — Een: aanstaande.

1766 De tafel voor den publieken verkoop.

1767 Actie: aanspraak. — Huisvrou: eigenares van het huis.

1768 Keur: stadsreglement (nl. dat de rechten van de huiseigenares voorgaan). — Jan Hen: ook een schuldeischer.

1769 Scheepekennis: wettelijke schuldbrief door twee schepenen onderteekend.

1700 Hem is Rokes. — Geloos-panct: eerste rechterlijk beslag laten leggen. — Ge-eigenpanct: een zoodanig beslag laten leggen, waarbij de schuldeischer het recht krijgt de boel te laten verkoopen, — Uit ewonnen met recht: een vonnis verkregen, waarbij Rokes uit zijn goed wordt ontzet.

1772 Voor de kerk zetten: ten verkoop aanslaan voor de kerk.

1774 Schatbrief: bevel aan den schuldenaar om goederen tot kwijting aan te wijzen. — Sentencie: vonnis.

1775 Onze lieven-heem veurspraak: advocaat van den Duivel. Mr Bartel wordt ermee bedoeld.

Sluiten