Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al het hij lestent dat proces en die gerecbtige saak 1-, , verloren, Dat deed hij uit liefde van de rechts-geleerde Doc-

tv 11.- i toren, Die gaf hij 't gewonnen, trouwens alwiJlens, na de uit-

spraak van de Preses, Dan prevelt hij 'n goet, dat de Avokaten niet souwen

lieren leses,

1780 Ja, dat mier is, speldes: ik laat nog van buitene staan; En om kwaat van de Heeren te spreken, .geeft hij 't al

de guiten te raan. Maag disputeert hij in 't kantoir met de jonges, en de

tv t. klerken Die hebben hem so voor 't sotje, dat 't de kneukels en

de boeren merken. Daar verwijt hij de schrabbelaar&en de penlikkers, dat 1785 Het sond en sehand is, dat sij nemen een grootje voor

v blad Van erf-goet of inventaris: wat was hij, dat hij niet

stout in de bek was? Wat was 'r een spul, doe malle miester iMarten seide

dat hij gek wasl Daar ging Bartel straks een vaan of twee op uitleggen, Maar Marten won 't, want 'hij bewee&t hem met zijn

eigen seggen.

1790 Wat heb ik wel een geit verrecht om Jan Dierten,

alias Buys,

1776 Gerechtiee: Techtvaarrlicm

1777 't Wa» politiek van hem.

1778 Alwillens: geheel vrijwillig.

1779 Goet: taaltje. — Lear»: lezen.

*eW"; "PfUen- Laat «taan het van buiten te leeren. 1781 Gaat hij alle guiten te boven.

e*? h,?U,<len nfm,yoor den gek. - Kneukel*: kinkel». I/04 Schrabbelaars: krabbelaars. 1785 Grootje: halve stuiver.

! 7«fl 7™ Z°U ** be*!*e,le» hebben, als hij geen brutalen bek had. l/öö Uitleggen: verwedden.

1790 Verrecht: voor 't gerecht verknoeid. - Alia.: ander, gezegd.

Sluiten