Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja weL dat een. mensch geit wat, hij bleef wel op 't

stadhuis.

't Is bier een konsultacie, 't is daar een act te lichten

van vijf, ses regelen, Daar van een certificacie en gints weer van 't zegelen, 't Is hier de knaap, de dief laier, en daar mijn Heer de

Schout,

1795 Daar de steeboo, die de rol dient en de kamer bewaart, dat hij jou woort wat hout: Somma sommarum, het is overal geit, geit veur en geit

achter,

Ja kijnt, ik weet er of, mijn vaartje was deur-wachter Van de Vierschaar.

Geeraart: 't Is de warret, Byateris, maar wat je segt, Ik sou hier iens gaan tot een smal jonker, 't is ien ienlo opende knecht, 1800 Ik heb hem een huis verhuurt, en hij deinkt om gien

betalen,

En as het de luitjes niet straks en brengen, so moet

ik het halen.

't Is in de huur-ceel expres bedongen een pai te geven >jjJolli alle maans;

't Is wel waar, de Brabanders en zijn niet op zijn

Italiaans,

Maar sij varen wel af ter uit, ik houw er men gek mee,

sei Tettroy,

1794 Knaap: knecht van den schout.

1795 Die de rol dient: die de dagvaarding bezorgt. — Dal hij jou woort Wal hout: opdat hij in je voordeel spreekt.

1798 Warrel: waarheid.

1799 Smal: armoedige. — Ienloopende: ongetrouwde. 1601 Straks: spoedig.

1802 Pal te geven: betaling te doen.

1804 Zij vertrekken wel met de noorderzon; ik moet er niets van hebben. Welke populaire persoonlijkheid achter Tettroy verscholen zit, is nog niet opgehelderd. In het laatst der 16e eeuw was er een notaris Tetterode te Leiden.

Sluiten