Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Robbekno 1: 1825 Toovenaarster, kom ik je op bet lijf, ik sel je krelis duivelen, dat 't een aart-bet Geeraart: Doe de deur op, bengeL of ik loop se met gewelt. Byateris:

Ja seker, geef je de lui spijtige woorden veur haar

<g«lt.

Robbeknol: Wat misseg ik je? ik seg: 't en komt bem niet gelegen, ' Hij is met sijn makelaars in 't pak-huis, om sijn balen

te wegen;

1830 Hij teakent se elk op haar nomber, met sijn eigen merk, Want hij het al de blauwhoeden en klapmutsen in 't

m , werk

Met een deel Vlamingen van pakkers, en andere uit-

uitheemsche opslagers. Wil jij gaan, jij meucht, ik ga boven bij de versohieters

en korendragers.

Byateris:

Ik wil een hoer wesen, ga je weg, so ik niet straks en

1835 En krijt, en tier, en tüp, en roep al de buureTover

t ,. hoop. ierolimo/'van binnen.) Hoe speel de so de beest, seg dat se een letsken wa

baien.

1825 Krelis duivelen: afranselen.

1826 Op: open.

1827 Spijtige: beleedigende.

1830 Nomber: cijfer.

1831 Blauwhoeden en klapmuts : waagdragers, lui in het alepersvak. 833 V T7'' d,"de 8°ede'«» opslaan, opbergen in de pakhuizen.

1835 TÜp 8ra*n °mzelten met de »chop

1836 Speelde: speel je. - Letsken baien: een beetje wachten.

Sluiten