Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE DEEL

De spinsters: Els K a 1 s, Trijn lans en Robbeknol. Els:

, 1880 Wat seg je me daar of, maar is je (Miester so deur

egaan,

En seit hij niet iens adieu? wel, dal 's niet buurlijk

edaan.

Ja wel, het moeit m'n van jou miester, Robknol, ja 't

veurseker.

Lust je te drinken, drinkt uil de houte-kit, ik heb gien

sulv're beker

Gelijk de rijke lui: nou as 'n man, nog iens, verhaalt je

ien reis.

T r ij n:

1885 Heb je honger, vrijer, gaat tot ongsenl, snijt ham ende

weg, of vleis,

Of wat je lust, vaar, het is veur jou as veur mijn eigen

selven..

Alle ding was wel, kon je nou wat graven, spitten en

delven,

Want sint Theunis-dijk die is bij Diemerdam geborsten uit:

Wat heb ik mijn leven menmigen kruiwagentje voort

ekruit,

1881 Buurlijk: zoo als goede buurschap meebrengt.

1882 Moeit men: ik trek het me aan.

1883 Houte-kit: houten kan.

1884 Verhaalt je ien reis: verkwik je eena.

1885 Weg: een brood, mik. 1888 Geborsten uit: doorgebroken.

Sluiten