Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En eer dat hij sijn inboel bij nacht mocht krijgen van

mijn gront,

So sou ik mijn garen versekeren, en beschrijven 't

goetje terstont. Siet hier de Notaris met de Steeboon al in presencie. Schout:

Ik moet een valsohe munter, een gelt-schroier nemen

in apprehencie, 1980 Want sij hebben des Konings munt niet alleen geslagen, maar d'alloi vervalst, En worden se kregen, sij worden inf olie ezoön, ten

minsten onthalst, Of de bant afgehouwen en gewurgt, 't en mag niet

minder wesen, Met een bordje met koper-geit an heur staak, het is

só afgelesen.

Ook zijn hier een deel Wilde Geusen en guits, die uit een duivelsche lust 1985 Met haar predicatie en t'samen-rotten perturberen de

gemeene rust, Tot achterdeel van de Moer de Kerk en de heilige

Ioquisicie;

Die moet ik gaan vangen tot voorstant van de Goddelijke justicie; Want siet, de Spaansche Raadt die hebben se verklaart

Ge oor deelt en gedoemt te water, vuir en zwaart.

1977 Beschrijven: er een inventaris van laten maken.

1978 Steeboon: stadsboden.

1979 Schreier: snoeier. — In apprehencie: in verzekerde bewaring.

1980 Allooi: menging.

1981 Kregen: gekregen. — Ezoón: gekookt. 1983 Afgelezen: vastgesteld en gepubliceerd.

1985 Perturberen de gemeene rust: de algemeene orde verstoren.

1986 Achterdeel: nadeel.

1987 Voorstant: steun.

1988 Hebben: heeft.

1989 Tot verdrinken, verbranden en onthoofden.

Sluiten