Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jasper:

Wel, Balich, bin je mal? jij vraagt alliens, of je niet

en saagt waar ik waar. Loof jij jou oogen niet? dat geeft men vrij wat

wongder.

Balich:

Mal of niet, daar loopt som tij ts vrij wat ongder; 2010 't Is er so klaar niet, oft een duif elesen had, is 't niet

so, loost?

loost:

As 't is, vaar, as 't is, Balichbuur, vaartjes neus is

moertjes troost. Wel, waar jij na toe? so noest, ga je t'samen om een

potje?

Jasper:

't Is alle daag geen potjes tijt, is 't niet so? segt, Otje? O t j e:

Wat sal ik seggen? ja of neen, ik weet er niet van;

2015 Ik ben so vies niet as kattestront, ik drink wel een

kan,

As 't gelegen komt; gisteren was ik nog rechtschapen

duitsch bij de borsten. Ik had 't mijn leven niet elooft, dat Floris so flensten

en morsten

Met de kaart, en hij bot as de Droes, dat 's immers

gien reins.

loos t:

Waar waar je? tot moer Joosten, tot moer iHuygen of

tot Meyns

2007 Alliens of: net alsof.

2008 Loof: vertrouw. Dat verwondert me.

2009 Men ziet soms iemand voor den verkeerde aan (?).

2010 Elesen! opgepikt.

2011 As 't Is: zoo is 't.

2012 Noesl: ijverig. — Om een potje: een potje bier koopen.

2016 Was Ik rechtschapen duitsch: toonde ik me een Hinken drinker. — Borsten: vrienden.

2017 Flensten: knoeide.

2018 Bot: speelde valsch. — Gien reins: gemeen.

Sluiten