Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar jij 't pijntjen om een blank van mal passé kreeg. En jij selt de ibierkost wel krijgen, Jasper Goetbloet, al sin je wat sneegjes, 2035 Daarom ga je met de Droogscheerders om de goetkoop in slopjes en in steegjes, In Sint Jacobs-straat, In den Arm, in de Kolck, ben

ik mal?

Waarom niet? op de Bier-kai, in de (Nieuwe Stadt,

op de Waal en overal, Daar 't ontrouwe bierdragers, die des Heeren tol ont-

steelen,

De knoeten brengen t'huis, om dubbelt loon, op Burgers ceelen,

2040 Ik sou wel wat meer seggen, had ik een kwa bui,

Maar de schelmerij sel wel uitkomen van sommige lui. WeL Balich, waar heen? en waar heb jij 't emunt,

mannen?

Balich:

Ik heb hier een man verhuurt betielen, kandelaars en

kannen

En tinne tafelborden, daar sou ik gaan om mijn geit, 2045 En maken, dat 't voort tot onsent wert bestelt. Wel waar ga jij na toe?

Jasper: Ik sou bier bij gaan halen

2033 Blank: stukje van zes duiten. — Mal (van) - passé, (?) misschien de bijnaam van een waard.

2034 Bierkost: portie van het bier. — Al tin je Wat sneegjes: als je maar slim bent.

2035 Droogscheerders: Jakenscheerders.

2036 Ben ik mal: heb ik geen gelijk?

2037 Des Heeren lol: het accijns.

2039 Knoeten (vreemdelingen) mochten niet tappen. — Loon: draagloon. — Op burgers ceelen: op naam van poorters, met behulp van poortersbriefjes van echte Amsterdammers,

2042 Waar heb jij 't emunt: waar heb jullie het op gemunt?

2043 Betielen: (tinnen) schotels. 2045 Bestelt : bezorgd.

Sluiten