Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn tapijten en gout leer, en laten mij betalen Te degen van de huur, indien 't hem niet en dient: 't Is al een maant geleên, dat ik s'hem heb gelient. Otje:

2050 En ik ga hier een Brabander, een Monseur versoeken, Die ik heb gebrocht eenige stukken werk so wel pan-

neel als doeken, Frai geschildert, wel vast ges telt en wel uitgemaakt: Schoone Historietjes, so wel gekleed als naakt; Indien se mijn Heer soo wel aanstaan als se mij behagen,

2055 En maken wij de koop, het sal al veel bedragen,

Want daar is vrij wat goets. Ten eersten een figuur Van Luykes van Leven en een van Albert-duur, Van Heemskerck, van Holbeen, van Bacia Bandenel, De strijd van Hercules met den Wachthond van de

Hel,

2060 En ander dingen meer, so modern als antijk.

Ik had se hem niet gedaan, en waar de man niet rijk. Want daar is er so veel om een zaal te stoffeeren, Daar men logeeren sou Prinsen en groote Heeren. Daar ga ik nu na toe. Laat sien, hoe is sijn naam?

2065 Singjeur Ierolimo, al evenwel so een tafiet is bekwaam.

loost:

Wel, die man woont in mijn buurt, daar ga je meer

as seker.

2048 Indien 't hem niet en dient: als hij het niet gebruiken kan. 2C50 Vertoeken: opzoeken.

2052 Wel vast gestelt: goed van compositie.. — Uitgemaakt: uitgewerkt. De namen van de schilders in 2057 en 58 zijn: Lucas van Leyden, Albert Dürer, Maarten van Heemskerck. Holbein en Baccio Bandanelli.

2061 Gedaan: op zicht gegeven. — En waar de man : als de man niet.

2065 Al evenwel: toch. — Taflet: notitieboekje. Otje heelt dit dos voor den dag gebaald om den naam erin te zoeken. — Bekwaam: gemakkelijk. . V :

Sluiten