Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2175 Hij voelt geen ongeluk, die hem met arger troost.

(Sijlien binnen.) Notaris, de getuigen, de Schout en steeboon, Geeraart, Byateris, en al den hoop. Notaris:

Wie sal mijn betalen 't geit van de Inventaris? Schout:

Komt voort en schaft mijn hier mijn. loon of mijn

salaris.

Wel, waar na wacht je, he? knap helpt mij voort an

geit.

Byateris: Met oorelof, mijn Heer, ik pas tl niet en spelt. Notaris:

2180 Komt, Bestevaartje, komt, sel jij mijn schrijfgelt

geven?

Geeraart:

Waar van? ik ken je niet, gij hebt mijn niet e schreven. Schout:

Voort, voort, betaalt mijn gang, en sonder lang te

staan.

Geeraart: Ik ken je niet schuldig, gij hebt gants niet gedaan; Hadt gij die stukke-diefs gekregen of gevangen, 2185 Soo wou ik jou jou Joon mildelijke garen langen. Schout:

Nu 'tast vrij diepjes toe, en geeft mij voort de ruimt, Want ik heb om uwent wil een grooter saak versuimt.

2175 Die hem met arger troost: die bedenkt, dat het nog erger kon zijn.

2178 Knap: vlug.

2179 Met oorelof: als u me niet kwalijk neemt. — Ik pas u niet "n*spelt: ik betaal u geen cent.

2181 Mijn: voor mij. — Niet: niets. 2183 Ik erken je niets schuldig te zijn. 2165 Mildelijke langen: royaal betalen.

2186 Geeft mij Voort de ruimt: maak plaats, dat ik weg kan.

De Spaansche Brabander 13

Sluiten