Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALPHABETISCHE LIJST

VAN DE BEGINREGELS DER LIEDEREN.

No. iBladz. I No. BItdz.

Ali Brand, di liefste van mijn land 75 147 Een ider nasie het sijn land 19 46

Al in een groen, groen knolle knolle land 131 266 Eenmaal weelde moet er zijn 110 224

Alle mijn ghepeys 57 112 Een smeder die zwaaide met krachtigen

Als de wind uit 't Noorden blaast 93 190 zwong 71 t40

Als ik was in 't huis van mijne moeder 107 218 Een smidje in zijn smisse 70 138

Als ik wat laat naar huis toe kom..... 109 222 Een trommelaar met rooden mond. .. 67 130

A!s wij soldaeten 't saem te velde gaen. 99 202 Een vrouwken gezwind te spinnen zat 114 232

Al uwe boos' aenslagen 32 70

Fransche ratten, rolt uw matten 41 84

Batavia, ghij sijt de Bruijd 38 80 Fredrick Hendrick van Nassou 40 82

Begeertens lust baert altijt quaet 37 78

'k Ben in den tijd van negen dagen... 138 278 Gelijck als de witte swaenen 44 90

Bezem uit, 't is kermis! .. 111 226 Gij Delftsche roeiers staat toch pal.. 98 200

Boeken toe en boeken weg 141 282

Buiten in de biezen 130 265 't Haentjen van den wijne 84 166

Heer Jesus heeft een hofken 42 86

Comt, verwondert u hier menschen.... 50 100 Heil, 't jonge volk 91 184

Het oost'lijk windje wakkert op.. 103 210

Daar is uit 's werelds duistre wolken .. 54 108 Het regent, het regent 73 144

Daar komt de schutterij 100 204 Het waijt een windeken coel 58 114

Daar stak op nen morgend een jong Het zonneken rijst... 119 244

maseurken . - 116 238 Hoe groot, o Heer, en hoe vervaerlic. 31 68

Daar was eens een mannetje, dat was Hoe leit dit kindeken hier in de kou.. 53 106

niet wijs 129 262 Hoe mach een man zijns levens lusten 59 115

Daar was .'reis een soldaatje 101 206 Hollands vlag, je bent mijn glorie.... 5 18

Daar zaten zeven kikkertjes 128 260 Hoort gij dien ronk van ijzer I 72 142

Daer was een kwezeltje, die 't al wil Hunker niet langer naar gunsten meer 18 44

verstaen 105 214

Dan mocht de beiaard spelen 14 36 Ick breng mijn naestegebuer een dronc. 83 164

Dat gaat naar den Bosch toe 108 220 Ick drinck den nieuwen most 85 168

De bezem, de bezem 133 269 Ick hoorde dees dagen 60 116

De gilde viert, de gilde juicht 94 192 Ick wil te landt uitrijden 35 74

De hand aan de riemen, gij zonen van Njord 95 194 leper, o leper, hoe toont gij u verheugd 21- 20

De Heer is mijn Herder 47 96 Ik ben de zanger, die trekt door het land 1 10

De hoppe kronkelde rond den staak... 88 174 Ik ben uit Geldersch bloed 28 64

De riem in de dol en de armen ontbloot 96 196 Tk had er mijn liefje naar huis gebracht 74 145

De starretjes blinken zoo helder 124 254 Ik heb het lief, mijn dorpje klein 25 58

Des winters als het reghent 64 124 Ik ken een lied, dat 't hart bekoort.. 115 236

Drie aardige jongens die voeren ter zee 102 | 208 Ik pakte dat Marleentje al bij der hand. 77 152

Duifies met uw blanke veêren 137 276 In 't groene dal, in 't stille dal 139 270

Daar was eens een mannetje, dat was niet wijs

Daar was .'reis een soldaatje

Daar zaten zeven kikkertjes

Daer was een kwezeltje, die 't al wil verstaen

Dan mocht de beiaard spelen

Dat gaat naar den Bosch toe

De bezem, de bezem

De gilde viert, de gilde juicht

De hand aan de riemen,gij zonen vanNjord

De Heer is mijn Herder

De hoppe kronkelde rond den staak...

De riem in de dol en de armen ontbloot

De starretjes blinken zoo helder

Des winters als het reghent

Drie aardige jongens die voeren ter zee

Duifjes met uw blanke veêren

105 214

14 36

108 220

133 269

94 192

95 194 47 96 88 i74

96 196 124 254

64 124

102 208

137 276

Sluiten