Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2.

Heer weerd, brengt ons zeer ras

Een versch gespoeld gelas

En daerbij eenen pot met rhijnschen wijn,

Daertoe moet eenen schotel suijker i) zijn;

Brengt ons een kaertespel,

Want ik moet spelen met mijn Isabel

Eerst een piquet; eens fraeij gedronken,

Ende daernaer gespeeld,

Eer ons den tijd verveeld.

3.

Maer vriend, ziet, deze fluijta)

Moet gij eens drinken uijt

Ter eere van mijn zoete herderin,

Die ik meer als mijn eijgen ziel bemin.

Avous!8) want ik begin;

Ziet, kameraed, daer en is niets meer in.

Houd vast de fluijt, ik zal ze vollen

En zet die aen uw mond,

Doet toch bescheed *) terstond.

>) Suikergoed of gesuikerd gebak. ») Hoog smal glas. ») Bij het iemand toedrinken. «> Bescheid doen = iemands dronk beantwoorden.

Sluiten