Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genstraat, binst dat zijn vader, omtrent de Kapellewijk de dansende klutsen uit de tonnen klonk. Hij was grootgebracht tusschen het grijze speelgoed en werd een jongen van zeldzaam uitzicht met, als hoofdteeken van karakter, de luiheid van zijn vader en het zoete geduld zijner moeder. Op school, waar men hem, om hem kwijt te zijn, heenzond, was hij dadelijk de zondenbok van allen; de stooten welke grillige vuisten, bijna onachtzaam, uitwierpen, ploften pletsig in zijn vetten romp, en de muilperen, die, als bij toeval, uit onzichtbare fruitboomen neervielen, kwamen wonderlijk op zijne bolle kaken openklakken. Bij eene zoo overdadige behandeling, bleef Johan Doxa verdraagzaamglimlachend toekijken, en niets scheen de schoone zaligheid te kunnen storen, die geheel zijn wezen vervulde en hem toeliet, in alle omstandigheden, een pak slaag als een dankbare aalmoes te aanvaarden.

Sluiten