Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op vijftienjarigen leeftijd liet hij zijn blond kroezelhaar lang-groeien en deed aan zijne moeder zijn voornemen kennen om naar de Academie ter leering te gaan. Dit werd hem toegestaan, deels omdat vrouw Doxa voor niets in de wereld haar zoon zou hebben willen te keer gaan, deels ook omdat de oude heer Doxa, na een wandelingetje in de Pieremansstraat, verklaard had dat het hem niet schelen kon.

En Johan Doxa werd een artistschilder.

Johan Doxa bewoonde, in het vaderlijk huis, een luchtige zolderkamer, waar hij teekende, schilderde, at en sliep. Hij zat er sinds hij de Academie verlaten had — hij was nu een en twintig jaar oud — gansche dagen in het eenige gezelschap van een ekster, een sijsje en een eekhoorn. De vierkante

Sluiten