Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kooi, waar joepte en zong het teergroene sijsje, hing aan een kram van het dakvenster. Zoodra de zon boven de stad vol mistige daken opduiken kwam en tegen de schuinsche ruiten glinsterend te tokkelen begon, wipte het sijsje op de bovenste sport en kwetterde een jubelgetjirrel, dat geheel de kamer met een frisch plezier vervulde. De ekster liep in vrijheid tallenkante rond, pootelde ruchtig over het houten plankier, sprong op den schoorsteen en droeg van links naar anderzijds de penseelen, welke ze te pakken kreeg. Gemeenlijk zat ze te midden van het kleine tafeltje, vast op den rand van. een dikbuikigen, diepblauwen tabakspot. Daar bleef ze soms uren zitten, stillonkend en bijna roerloos, haar kop ten halve tusschen hare schouders gedrongen en haar pootjes in twee├źn gevouwen, zeer rustig. De eekhoorn scheerbeende maar in een draaiende tralieromm el, die op een plankje stond,

Sluiten