Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zat Johan Doxa, rechtover de dubbende ekster, te dubben eenderlijk.

Daags nadien kwam Anatole met Biebuyck en Donderwolcke, zijn zwijgende vrienden, hem een bezoek brengen. Zooals naar gewoonte werden wat flesschen lambik opgehaald en moest Anatole eene rei liedekens zingen. Dit deed hij, terwijl Johan Doxa zeer aandachtig den bleeken steel van de nieuwe pijp met allerlei ornamenten overteekende. Hij zong op uitstekende wijs de oude deuntjes van den Reus, van den Koekoek, van het Ros Beiaard, van Mijn moeder gaat naar Halle, en van den Uil. De anderen begeleidden keurig, de cither tokkelde de springende zangmaat in rytmische brokjes en de viool vergezelde in akkoord den gang van Anatole's buigzame stem. Het was een lieve nanoen, en er werd gedronken.

Maar Johan Doxa zat, onder het volle vensterlicht, laag gebogen over de teerheid van zijn brooze versieringen, en

Sluiten