Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd stil. Hij lei de bleeke pijp op zijde, schoof achteruit, staarde lang opwaarts en zijne oogen begonnen te pikken, te sterren, te nevelen. Hij zuchtte. De ekster rok traag hare vleugels uit, lengde haren hals, huiverde over geheel haar lijf, en zette zich weer rustig en thoope, met gevouwen pootjes, op den pot, die blauw en bollig te blinken stond. Het werd haar alsof ze zeggen zou :

« Mijn arme Johan, wat moet er van u geworden ? »

Het oude huis op de Papenvest was eene herberg. Dagelijks ging er nu Johan Doxa. Hij bestelde een half-enhalf en bleef zitten, rechtover de deur, tot eens de vrouw, die als een groote onrust over zijne ziel woei, daar zou voorbijgaan. Ze woonde op de eerste verdieping. Ze heette Julia. Ze was, een dik jaar geleden, getrouwd met een

Sluiten