Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treinwachter, die, tien dagen na zijn huwelijk, in een spoorwegongeval was omgekomen. Ze leefde alleen en naaide. Als Johan in de herberg zat, zag hij ze vaak omloopen in de gang. Ze lachte luid of zong. Ze had eene klare golvende stem, die door gansch het lichaam van Johan sidderde en er een ongemak veroorzaakte, dat het bloed naar zijne slapen joeg. Hij dierf haar niet aan te spreken, maar zijne vingeren beefden en zijn adem zwol. Het docht hem dat hij zou gaan licht worden als een vlam en opspringen tegelijk en ijlen naar de dartele deerne die, boven de vurige kleur van haar borstdoek, hare klinkende keel opklaren liet.

Telkens kwam hij moedeloos, uitgeput en zonder hoop weer thuis. Moeder Doxa, van tusschen de arlekijnen en het suikergoed, daar achter den duisteren toog, merkte iedermaal zijn treurend uitzicht. Ze vermeerderde, gelijk zij kon, het bedrag van zijn zakgeld, en

Sluiten