Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepreek bij Johan Doxa iets over, dat onduidelijk op wroeging leek en naar een geducht berouw leiden moest. Het docht hem halvelings dat hij, met de gebaren van zijne vreemde liefde, aldoor zondigde tegen de behagelijke wetten van God. Lieven Lazare benaderde in slaande bewoordiging deze zedelijke zwakheid en raadde precies de ongemakkelijke stemming, waar, binst zulke oogenblikken, zijn vriend Johan gekluisterd zat. Hij liet niet na hem hierover met goddelijke wreedheid te berispen.

— « Gij zijt, mijn jongen », sprak hij, « overvallen door de mistige monsters der tempteering. Ik zie u spartelen tegen de satanische belegering en uw hart schijnt me toe als een poppelend schuchterheidje, een angstig asemtje, een gesmoorde kreet... Zijt ge onkuisch, mijn vriend ? »

Johan Doxa verklaarde haastig dat hij zuiver en gezond was gebleven. Hij vreesde de sterke waarschuwingen,

Sluiten