Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smal stéegje in, dat op den hoek van het Zaterdagsplein uitzicht gaf. Hij had zijne handen in zijne broekzakken gestoken en ging al fluitend. Op het Zaterdagsplein stond een driearmige gaslanteern en, juist onder de gele klaarte, een onbeweeglijke politieagent. Johan Doxa zag hem pas toen hij heel dicht bij hem genaderd was, want de nevel dikte nu tallenkant zoo zwaar, dat de straten op vierkante holten leken, waar verwijlde een vette smoor. Johan blikte even naar den politie-agent op, dewelke, paalrecht onder zijn opgestoken kapeliene, rustig te rooken stond...

Maar ineens begon Johan Doxa te loopen, te loopen alsof hem een schielijk gevaar op de hielen zat. Hij hield niet op vóór hij de Zes-penningenstraat bereikte. Hij struikelde hijgend tegen het groene hekje en sukkelde wild-blazend de trap op. De leuning piepte en de trapberden kraakten. Hij stak op het

Sluiten