Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het langzame hart van Johan Doxa zwellen. Hij herkende de oppermacht van zijne vrouw en verdroeg zoetekens hare aanvallen. Zoo verdraagt het goede riet de ruzie van den stormenden wind...

Maar alopeens — in 't putje van den winter — werd Julia ziek. Zij had, na den zomer, een korte valling opgedaan en de vele drankmiddeltjes, geleerde pillen en geheimzinnige baaiwaters, die zij tegelijk of overhand gebruikte, brachten haar geen beternis. Met Februari moest ze te bed blijven liggen en het uitzicht van de kamer veranderde meteen.

Het deed Johan Doxa zeer aan, hoewel zijne vrouw door hare ziekte in geenen deele belet werd lucht te geven aan haar krakeelzuchtig gemoed. Integendeel, zij was daarbij heviger en scherper dan vroeger, en Johan, haar dikke man, zat dikwijls haar aan te kijken, zonder luisteren, idioot van dubben of zeggend in zijn benauwd

Sluiten